Verkeersboete zonder staandehouding, mag dat?

In dit artikel behandel ik de situaties waarin er een verkeersboete aan je mag worden opgelegd zonder dat je bent staandegehouden. Dat is belangrijk om te weten. Wanneer je namelijk niet bent staandegehouden, terwijl dat wel had moeten gebeuren, moet de boete worden vernietigd.

Let op: dit artikel gaat over zogeheten Mulderboetes. Dat zijn de boetes die worden opgelegd op grond van de Wet Mulder. Ze worden verstuurd door het CJIB en zien eruit als het plaatje hieronder. Je herkent ze aan de M in de rechterbovenhoek van de brief.

Dit artikel is zo opgebouwd dat je alle ins en outs over dit onderwerp kunt teruglezen. Ik behandel eerst wat er in de wet staat en waarom een staandehouding in principe verplicht is. Vervolgens behandel ik hoe rechters deze regels uitleggen en in welke situaties er van staandehouding kan worden afgezien. Tot slot behandel ik waar je op moet letten bij het aanvechten van een boete wanneer je van mening bent dat je ten onrechte niet bent staandegehouden.

Ben je er klaar voor? Ik in ieder geval wel. Laten we beginnen.

Inhoudsopgave

  1. Is een staandehouding verplicht?
  2. In welke situaties is een staandehouding niet verplicht?
  3. Hier moet je rekening mee houden!

Is een staandehouding verplicht?

Laten we beginnen bij het begin. Wat staat er in de wet? In dit geval zegt de wet het volgende:

art. 5 Wahv
artikel 5 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

De wet is dus niet bepaald duidelijk. Maar deze lange en onduidelijke tekst komt (kort gezegd) neer op het volgende:

Wanneer niet kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, wordt de boete opgelegd aan de kentekenhouder van het voertuig.

In 2000 kwam er een zaak voor de Hoge Raad. Dat was toen nog de hoogste rechter in verkeersboetezaken. De Hoge Raad bepaalde dat bovenstaande regel zo moet worden uitgelegd dat een boete niet aan de kentekenhouder mag worden opgelegd, wanneer er een reële mogelijkheid was om de bestuurder van het voertuig staande te houden.

Staandehouding is dus verplicht, tenzij er geen reële mogelijkheid was om de bestuurder staande te houden. Wanneer er geen staandehouding plaatsvindt, moet de agent of handhaver dan ook verklaren waarom hij dat niet heeft kunnen doen.

De vraag of er een ‘reële mogelijkheid’ is geweest, is dus van groot belang. Vooral is het belangrijk dat het gaat om een ‘mogelijkheid’. Het is namelijk niet genoeg wanneer de agent:

Dus: Een staandehouding is verplicht, tenzij er geen reële mogelijkheid is geweest om je staande te houden.

In welke situaties is een staandehouding niet verplicht?

Zoals ik hiervoor heb behandeld is er door de Hoge Raad bepaald dat er van staandehouding mag worden afgezien wanneer er zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan.

Die reële mogelijkheid is natuurlijk wel iets waarover je kunt twisten en waar rechters over moeten oordelen. In welke situaties is er nu wel of geen reële mogelijkheid om een staandehouding te verrichten?

Hieronder behandel ik een aantal voorbeelden van situaties waarin zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding voordeed, zodat er van staandehouding kon worden afgezien en de boete mocht worden opgelegd op kenteken.

Flitspalen, radarcontroles en trajectcontroles

Allereerst is er natuurlijk geen mogelijkheid tot staandehouding wanneer de gedraging wordt geconstateerd door middel van een statisch digitaal hulpmiddel. Bijvoorbeeld bij flitspalen en radarcontroles. In die gevallen is er namelijk geen agent in de buurt die in staat is om je staande te houden. Rechters oordelen in die gevallen steevast dat er geen reële mogelijkheid is tot staandehouding.

Je verhindert zelf een mogelijke staandehouding

Wanneer je zelf snel wegrijdt bij een mogelijke staandehouding of een stopteken negeert, verhinder je de staandehouding en mag er worden bekeurd op kenteken. In die gevallen hoef je niet te worden staandegehouden.

Parkeergedragingen (terwijl je niet bij het voertuig bent)

Gaat het om een parkeerovertreding, dan hoef je in principe niet te worden staandegehouden. Dat sprake is van parkeren, houdt in feite al in dat er geen personen in de buurt van het voertuig aanwezig zijn die kunnen worden herkend als bestuurder. Dat is ook best logisch, aangezien een geparkeerde auto natuurlijk helemaal niet wordt bestuurd.

Bij parkeergedragingen is de timing wel relevant. Wanneer de bestuurder van de auto de agent aanspreekt voor het uitschrijven van de boete, heeft zich wél een reële mogelijkheid tot staandehouding voorgedaan. Spreekt de bestuurder de agent na het opleggen van de boete aan, dan heeft zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding voorgedaan.

Hier is overigens nog wel een mooi voorbeeld van. In 2017 kwam er een zaak voor het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. In die zaak werd aangevoerd dat de boete ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd, omdat er een reële mogelijkheid tot staandehouding zou zijn geweest. Door de agent waren er foto’s van het voertuig gemaakt. Op die foto’s was te zien dat er twee mensen in het voertuig zaten. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden besloot dat een agent in zo’n geval uiteraard moet overgaan tot het verrichten van een staandehouding. De agent mag de boete dan niet aan de kentekenhouder opleggen.

Verklaring agent

Agent in privétijd

Is een agent in privétijd en heeft hij geen middelen op een stopteken te geven, dan mag hij wel boetes opleggen. In die situaties wordt het er in de regel voor gehouden dat er zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. De agent moet dus wel in staat zijn om een staandehouding af te kunnen dwingen.

Agent te voet of te fiets

Deze gevallen zijn eigenlijk van dezelfde categorie als de agent in privétijd. Wanneer een agent te voet of te fiets is, kan hij een autobestuurder natuurlijk niet eenvoudig achtervolgen. De agent kan daarom ook geen staandehouding verrichten.

Agent met andere werkzaamheden met een hoge(re) prioriteit

Tot slot een categorie gevallen waarin geen staandehouding hoeft te worden verricht. Zelf vind ik dit de meest eigenaardige gevallen. Het gaat namelijk om die gevallen waarin een agent een andere werkzaamheid verricht met een hoge prioriteit, waardoor geen staandehouding mogelijk is. Bijvoorbeeld wanneer hij bezig is met een zoektocht naar gewapende overvallers of wanneer hij een melding krijgt die van groot belang is om direct op te volgen.

Zoals gezegd vind ik deze categorie van gevallen persoonlijk nogal eigenaardig. Er bestaat immers prima een reële mogelijkheid om de bestuurder van het voertuig staande te houden. Het is een afweging van de agent om daarvan af te zien en dat heeft meer te maken met willen dan met kunnen, vind ik. Bovendien vind ik dat als je op zoek bent naar een bende gewapende overvallers je je helemaal niet moet bezighouden met verkeersovertredingen. Dan kun je je toch beter focussen op die belangrijke taak.

Hier moet je rekening mee houden!

Ben je het nu zelf oneens met een boete omdat je niet bent staandegehouden, dan moet je op een paar zaken letten. Hieronder behandel ik een twee praktische tips.

Tip 1 – Vraag het dossier op

Allereerst is het natuurlijk van belang om te weten waarom er geen staandehouding is verricht. Je hebt daarom een afschrift van het dossier nodig, want die informatie staat niet op de boete zelf. Het dossier kun je opvragen als je in beroep gaat. 

Bij het beroep kun je ook vragen om een extra termijn om je beroep aan te vullen met een reactie op het dossier. Je kunt daarvoor de volgende tekst gebruiken:

“Op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heb ik recht op de op de zaak betrekking hebbende stukken. Ik verzoek u daarom om mij het zaakoverzicht en (eventuele) foto’s van de gedraging te verstrekken en mij een nadere termijn te geven om de gronden van dit beroep aan te vullen.”

Zoals ik in de voorbeeldtekst aangeef, bepaalt de wet dat je recht hebt op het dossier. Als je het dossier hebt, kun je jezelf beter voorbereiden en weet je waartegen je je moet verdedigen.

Tip 2 – Leg uit waarom er wél kon worden staandegehouden

Er hoeft alleen een beslissing te worden genomen over de vraag of er terecht is afgezien van staandehouding, wanneer er daarover een verweer wordt gevoerd. Wanneer je alleen aangeeft “Ik ben niet staandegehouden”, voer je geen verweer. Dan constateer je alleen maar iets, daar hoeft een rechter dus niet over te beslissen.

Staat er in het dossier een toelichting waarom er niet is staandegehouden, dan is het aan jou om te motiveren dat er wel een staandehouding mogelijk was.

Wanneer de agent bijvoorbeeld verklaart dat hij je bij een parkeergedraging niet kon staandehouden omdat je snel bent weggereden, kun je aangeven en onderbouwen dat snel wegrijden helemaal niet mogelijk was. Bijvoorbeeld omdat je een auto hebt met een dieselmotor en deze moet worden voorgegloeid voordat je überhaupt snel kunt wegrijden.

Slot

In dit artikel heb ik uitgebreid stilgestaan bij de vraag of er een verkeersboete aan je mag worden opgelegd zonder dat je bent staandegehouden. Ik heb stilgestaan bij de vraag of een staandehouding verplicht is, wanneer dat in ieder geval niet het geval is en waar je op moet letten als je een verkeersboete gaat aanvechten omdat je van mening bent dat je ten onrechte niet bent staandegehouden.

Ik hoop dat je iets aan dit artikel hebt gehad. Uiteraard staan we voor je klaar als je hulp nodig hebt bij het aanvechten van een verkeersboete. Wij kunnen je namelijk gratis bijstaan in die procedure.  

Mocht je vragen nog hebben, stel ze dan hieronder in de reacties. Je kunt ons uiteraard ook een e-mail of een appje sturen.

Heel erg bedankt voor het lezen!

Laat je boete door ons aanvechten!