termijnen

De termijn om in beroep te gaan tegen een verkeersboete

De termijn om in beroep te gaan tegen een verkeersboete is zes weken. Op de brief van het CJIB staat de uiterlijke datum dat het beroep ingediend moet zijn. Doorgaans zijn mensen zich niet bewust wat de gevolgen zijn van het laten verstrijken van zo’n termijn. Daar sta ik in dit artikel bij stil.

Beroepstermijn

De beroepstermijn is zes weken. Stel je na het verstrijken van die zes weken beroep in, dan verklaart de officier van justitie het beroep ‘niet-ontvankelijk’. Dat betekent dat hij inhoudelijk niet naar het beroep kijkt. Je krijgt van hem dan een briefje met de strekking: ‘Je bent te laat, jammer maar helaas’.

Tegen die beslissing kun je in beroep bij de kantonrechter. Dat klinkt veelbelovend, maar de kantonrechter moet eerst beoordelen of de officier van justitie het beroep niet-ontvankelijk mocht verklaren. Dat betekent dus dat je redenen moet aanvoeren waarom de beslissing van de officier van justitie onterecht is. Zoals ik hierna zal behandelen is dat geen eenvoudige klus. De kantonrechter zal je inhoudelijke verweer tegen de boete dan ook niet behandelen voordat hij heeft vastgesteld of de beroepstermijn bij de officier van justitie was verstreken.

Verschoonbare termijnoverschrijding

Er zijn omstandigheden waaronder het te laat indienen van het beroepschrift ‘verschoonbaar’ is. In die gevallen heeft de termijnoverschrijding geen gevolgen voor de ontvankelijkheid van het beroep en moet de officier van justitie het beroep dus wel inhoudelijk behandelen. Daarvan is sprake wanneer ‘redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest’. Daar is niet snel sprake van. Bijvoorbeeld niet in het geval je op vakantie was toen de verkeersboete werd opgestuurd. Ook in het geval van ziekte is niet snel sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Je kunt dan immers nog aan iemand vragen om je te helpen.

Hieronder bespreek ik een situatie waarin er werd geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Daaruit blijkt wel dat het om erg uitzonderlijke situaties gaat.

Zwervende dochter

In de zaak van de ‘Zwervende dochter’ ging het om een vrouw die door ernstige problemen met haar ouders uit huis was gezet. Zij stond nog wel ingeschreven op het adres van haar ouders, maar zwierf op straat en verbleef op verschillende adressen (bij haar opa en oma, zus en vriendinnen). Door de slechte band met haar ouders werd de voor haar bedoelde post bijna nooit door haar gelezen. Zo miste zij ook een voor haar bedoelde boete voor een onverzekerde brommer.

Uitstel van de beroepstermijn krijgen

Zoals je hebt kunnen lezen wordt de termijn om in beroep te gaan streng gehandhaafd. Het is dus belangrijk om de beroepstermijn van je verkeersboete goed in de gaten te houden. Lukt het je nou niet om binnen de termijn beroep in te stellen, dan kun je om uitstel vragen. Dat moet je uiteraard wel tijdig doen. Je stuurt de officier van justitie dan een beroepschrift waarin je aangeeft dat je een nadere termijn vraagt om de redenen van het beroep op te sturen. De officier van justitie moet je dan, omdat er sprake is van een gebrekkig beroepschrift, een termijn geven om dat gebrek te herstellen. Zo kun je dus eenvoudig een aantal weken extra de tijd krijgen om je zaak te onderbouwen.

Heb je hulp nodig met het aanvechten van een verkeersboete? Wij helpen je gratis verder. Dien direct je boete in.