Je krijgt een boete, maar je was ergens anders toen de overtreding werd begaan. Hoe pak je dat aan?

Stel je voor: je krijgt een verkeersboete, maar je was op een andere locatie op het moment dat de verkeersovertreding werd begaan. Je weet daarom zeker dat de agent een fout heeft gemaakt in het noteren van het kenteken. Logischerwijs wil je van zo’n boete af, maar hoe pak je dat aan?

Regelmatig melden zich klanten bij ons met – wat wij noemen – ‘vergisboetes’. In dit artikel leggen we je stap voor stap uit wat je daartegen kunt doen.

Beroep aantekenen

Ook tegen boetes die overduidelijk onterecht zijn, moet je eerst beroep aantekenen. Doe je dit niet, dan wordt de boete onherroepelijk en kun je niets meer tegen de boete ondernemen.

Zorg daarom dat je binnen zes weken na de dagtekening van de boete beroep aantekent.

Kentekenaansprakelijkheid

Als een agent niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was op het moment van de gedraging, dan mag hij de boete opleggen aan de kentekenhouder.

Wanneer de boete dus aan jou als kentekenhouder van het voertuig wordt opgelegd, dan zul je niet alleen moeten aantonen dat jij ergens anders was op het moment van de gedraging. Je zult dan ook moeten aantonen dat het betreffende voertuig niet ter plaatse kan zijn geweest.

Bewijslast

In principe geldt ook voor verkeersboetes de zogeheten ‘onschuldpresumptie’. Dat betekent dat je onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen.

Wanneer je een verkeersboete aanvecht, hoef je dan ook geen bewijs te leveren van je onschuld.

Het is daarentegen wel zo dat de verklaring van de agent in principe voor waar wordt aangenomen, tenzij jij daar voldoende tegenin kunt brengen. Probeer jouw verklaring daarom met zoveel mogelijk bewijsmateriaal te ondersteunen. Hieronder een aantal voorbeelden van bewijsstukken die wij wel eens namens klanten hebben ingebracht:

  • een verklaring van een gezinslid dat jullie op die dag samen naar de ontknoping van Squidgame hebben gekeken en dat de auto met het betreffende kenteken voor de deur stond;
  • een verklaring van je werkgever dat je die dag aan het werk was en de auto met het betreffende kenteken op de parkeerplaats stond;
  • bankafschriften die laten zien dat je niet in de buurt van de pleeglocatie bent geweest;
  • GPS-data van het voertuig met het betreffende kenteken;
  • camerabeelden van de parkeerplaats waar het voertuig stond geparkeerd op het betreffende moment.

Hier geldt: je kunt beter teveel dan te weinig bewijs aanleveren. Bovendien is het zo dat je in principe alles als bewijs kunt gebruiken. Zorg dus vooral dat je zo volledig mogelijk bent. Probeer waar mogelijk verklaringen van getuigen te ondersteunen met ander bewijsmateriaal. Om bij het hiervoor genoemde voorbeeld te blijven: wanneer je stelt dat je aan het Netflixen was, maak dan ook een schermopname van je ‘Kijkgeschiedenis’ en stuur deze mee.

Heb je hulp nodig met het aanvechten van een verkeersboete? Wij helpen je gratis verder. Dien direct je boete in.

Schakel onze hulp in!