Hoe maak ik bezwaar tegen een verkeersboete?

Wanneer je het oneens bent met een verkeersboete kun je daartegen in beroep bij de officier van justitie. Beroep aantekenen wordt in de volksmond vaak ‘bezwaar maken’ genoemd. Maar hoe doe je dat eigenlijk, beroep aantekenen? Dat leg ik je uit in dit artikel.

Wie kan er beroep aantekenen?

In principe kan alleen de persoon aan wie de boete is gericht beroep aantekenen. Hij of zij kan desgewenst een ander machtigen om namens hem of haar in beroep te gaan. Heb je dus een boete gereden die aan een ander is opgelegd, dan heb je een machtiging van die persoon nodig om beroep aan te tekenen tegen die boete..

Beroep aantekenen

Na het ontvangen van de boete heb je zes weken de tijd om beroep aan te tekenen. Dat doe je bij de officier van justitie. Dat kan via de website van het OM of door een brief te sturen naar het adres dat op de boete staat.

Wat zet ik in die brief?

Besluit je om een brief te schrijven. Dan wordt die brief een beroepschrift genoemd. Je moet het beroepschrift ondertekenen en je noemt daarin in ieder geval:

    • je naam;
    • je adresgegevens;
    • de dagtekening;
    • het CJIB-nummer;
    • de reden(en) waarom je het oneens bent met de boete.

Hoe gaat het verder?

Na het indienen van het beroepschrift bekijkt de officier van justitie de zaak.

Formele punten

Eerst gaat de officier van justitie na of het beroepschrift tijdig is ingediend en of het voldoet aan andere formele eisen.

Is het beroepschrift niet tijdig ingediend, dan verklaart de officier van justitie het beroepschrift niet-ontvankelijk. Voldoet het beroepschrift niet aan andere formele eisen (ontbreken daarin bijvoorbeeld de redenen van het beroep), dan moet de officier van justitie je een termijn geven om dat te herstellen. Wanneer je binnen de gegeven termijn niet alsnog voldoet aan het verzoek van de officier van justitie, kan hij het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

Wanneer de officier van justitie het beroep niet-ontvankelijk verklaart, kijkt hij niet naar de redenen waarom je het oneens bent met de boete. Eigenlijk stelt hij alleen vast dat niet is voldaan aan de formele eisen.

Inhoudelijke toets

Stelt de officier van justitie vast dat het beroep aan de formele vereisten voldoet, dan kijkt hij inhoudelijk naar het beroepschrift. Hij kan dan – kort gezegd – twee dingen doen: het beroep gegrond of ongegrond verklaren.

In het geval van een gegrond beroep ziet de officier van justitie in je beroepschrift aanleiding om de boete te vernietigen, te matigen of te wijzigen. Bij een ongegrond beroep laat de officier van justitie de boete in stand.

De beslissing van de officier van justitie

De beslissing van de officier van justitie moet de redenen van zijn beslissing bevatten. Helaas is het zo dat de officier van justitie in veel gevallen gebruik maakt van standaard tekstblokken, waardoor de beslissing niet overeenstemt met de aangevoerde gronden.

Ook leert de praktijk ons dat de officier van justitie de zaak soms ten onrechte niet-ontvankelijk verklaart of inhoudelijk niet zo goed naar de zaak kijkt. Gelukkig kun je daarom tegen de beslissing van de officier van justitie in beroep bij de kantonrechter. De kantonrechter stelt vast of de beslissing van de officier van justitie stand kan houden en bekijkt desnoods de zaak opnieuw.

Heb je hulp nodig met het aanvechten van een verkeersboete? Wij helpen je gratis verder.