Autoverhuurders, let op met acties!

Een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam maakt duidelijk dat het als autoverhuurder belangrijk is om alert te zijn bij de wijze waarop je een actie juridisch vormgeeft.

In de betreffende zaak stelde aan een klant, om promotionele redenen, gedurende 30 minuten 𝘨𝘳𝘒𝘡π˜ͺ𝘴 een auto ter beschikking.

Precies in deze 30 minuten werd door de klant een boete gereden met de auto. De boete werd aan de autoverhuurder als kentekenhouder opgelegd.

Het autoverhuurbedrijf deed een beroep op art. 8 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). In dat artikel staat – kortgezegd – het volgende geregeld. Een autoverhuurder is niet aansprakelijk voor een met zijn voertuig gereden boete, wanneer hij een voor ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst kan laten zien waaruit blijkt wie de huurder van het voertuig was. Vervolgens kan de officier van justitie de boete op basis van deze gegevens opleggen aan de huurder.

De kantonrechter van de rechtbank Amsterdam oordeelde in dit geval dat de autoverhuurder geen beroep toekwam op art. 8 Wahv. Er was volgens de kantonrechter namelijk geen sprake van een huurovereenkomst, omdat daarvoor op basis van art. 7:201 BW is vereist dat de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. Daarvan was bij deze actie geen sprake.

Let er als autoverhuurderbedrijf dus op hoe je een promotionele actie juridisch vormgeeft, want dit kan gevolgen hebben voor jouw aansprakelijkheid voor verkeersovertredingen. In dat kader is aardig om te benoemen dat de voor een huurovereenkomst vereiste ’tegenprestatie’ ook uit iets anders kan bestaan dan het betalen van een bepaalde geldsom. Daarnaast verdient het natuurlijk de voorkeur om in de voorwaarden van de actie op te nemen dat eventuele verkeersboetes kunnen worden verhaald op degene aan wie het voertuig ter beschikking wordt gesteld.

Laat je boete door ons aanvechten!